Inloggen
 

Welke klasse bekabeling (CPR) toe te passen

 

Vroeger was het leven als installateur een stuk makkelijker! Bij aanvang van een project hoefde men niet verder te kijken dan het aantal benodigde aders in een kabel. Tegenwoordig nu vrijwel alle nieuwe systemen geadresseerde installaties zijn komt er veel meer bij kijken om het juiste type bekabeling te kiezen.

 

Denk hierbij bijvoorbeeld aan:

·         De dikte van de aders;

·         Wel of niet afgeschermde bekabeling;

·         Hoeveel slagen per meter is de kabel getwist;

·         CPR regelgeving.

 

In dit artikel gaan we wat dieper in de CPR regelgeving. Wat houd deze regelgeving in én welke CPR kabel dient u als installateur toe te passen.

 

Op 1 juli 2013 is de Europese verordening voor bouwproducten, de Construction Products Regulation (CPR) ingegaan. Het doel is om betrouwbare informatie over bouwproducten met betrekking tot hun prestaties te verstrekken. De NEN8012:2015 specifieert welk keuze van leidingtypen er van toepassing zijn.  De geharmoniseerde Europese norm EN50575:2014 specificeert eisen betreffende het brandgedrag van kabels die gebruikt worden in bouwwerken. Voor als installateur houd dit in dat u kabels dient te gebruiken met dit keurmerk én dat u het juiste type CPR kabel hanteert.

De te gebruiken bekabeling is onderverdeeld in diverse klassen. Hieronder treft u een tabel aan met de klassen, en de uitleg.

 

 

 

Zoals u hierboven kunt lezen zijn er in totaal 7 klassen kabels. Elk hebben een eigen toepassing. Klasse A heeft de hoogste prestatie eis. Bij klasse F is de prestatie eis niet bepaald.

 

Om het u als installateur gemakkelijker te maken, hebben wij er voor gekozen slechts 2 typen bekabeling in het assortiment op te nemen; B2ca en Dca. Met deze twee soorten bekabeling kunt u te alle tijde uit de voeten. Overigens is het prijsverschil tussen B2ca en Cca slechts marginaal.

 

Wanneer gebruikt u B2ca of Dca?

De keuze van bekabeling is afhankelijk van de gebruikersfunctie van het object. Deze functie staat beschreven in het PvE en komt voort uit de omgevingsvergunning van het object. Eenvoudig gezegd, hoe kwetsbaarder de aanwezige personen zijn, hoe hoger de klasse van de bekabeling is. Om het voor u nog makkelijker te maken hebben wij dit samengevat in een tabel. Deze tabel is vereenvoudigd. Dit houd in dat het voor zou kunnen komen dat in de onderstaande tabel een hogere klasse kabel wordt aangegeven dan noodzakelijk is. Echter, er wordt nooit een lagere klasse type kabel aangegeven.

Op de website https://rijksoverheid.bouwbesluit.com kunt u de volledige tabel vinden onder aansturingstabel 2.66.

 

Tabel vanuit BouwBesluit (vanaf 1 juli 2020) Lees verder voor uitleg vluchtwegen.

 

Verandering van gebruikersfunctie?

Wat als een gebruiker nu het object een andere (gebruikers)functie geeft? Bijvoorbeeld van een kantoor naar logiesfunctie? Dan kan het zo zijn dat de aanwezig bekabeling niet meer voldoet én de bekabeling dient te worden vervangen.

 

Wat als de aanwezige klasse bekabeling in een gebouw niet voldoet, zijn er consequenties?

Om een lang verhaal kort te maken, dit is niet bekend. Voor zover bij ons bekend zijn er tot op heden geen controles uitgevoerd op het type bekabeling door de overheid (de regel komt voort uit het BouwBesluit, derhalve dient de overheid controles uit te voeren). Wees er echter op beducht dat de overheid altijd achteraf controles kan en zal uitvoeren.

 

Een goed voorbeeld van achteraf controleren betreft OAI. Jarenlang zijn er door allerlei redenen niet de NEN2575 projecteringseisen niet gevolgd. Simpelweg omdat er uiteindelijk geen controle of certificering op OAI bestond. Nadat op een later moment het BouwBesluit ook een inspectie op de OAI vereiste, bleek dat er een groot aantal installaties niet voldeden én niet in aanmerking kwamen voor een inspectiecertificaat.

 

Het kan ook zo zijn dat een controle op type kabel op een later moment in een NEN normering of certificatieschema wordt opgenomen. Wij adviseren u dan ook te alle tijde de regelgeving van het BouwBesluit te volgen!!

 

Wat als de eigenaar/gebruiker niet aan het BouwBesluit wenst te voldoen?

Het is aan de eigenaar/gebruiker om aan het BouwBesluit te voldoen. Dit staat beschreven in de omgevingsvergunning van het object. Als de gebruiker niet wenst te voldoen, dan is dit op verantwoording van de eigenaar/gebruiker. Wel heeft u als installateur een zorgplicht. Leg de afwijking dan zeer goed vast. Laat de gebruiker weten dat hij of zij een verantwoording heeft én dat deze zich later niet bij u kan beroepen op de befaamde “dat heb ik niet geweten én is mij niet verteld”.

 

Vluchtroutes

Het doel van een vluchtroute is dat in geval van calamiteiten iedereen kan vluchten.

De overheid (BouwBesluit) stelt dat er voldoende veilig vluchtroutes moeten zijn. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een ‘vluchtroute',  een beschermde vluchtroute' en een extra beschermde vluchtroute'.

 

Beschermde vluchtroute

Een beschermde vluchtroute ligt tussen de uitgang van een subbrandcompartiment en de uitgang van een brandcompartiment. Het Bouwbesluit stelt dat er in één brandcompartiment op één plek brand kan ontstaan. Het is mogelijk om aan een brand te ontkomen, als men vanuit het bedreigde gebied een ‘compartiment’ scheiding passeert. Vervolgens komt met dan in een ander compartiment uit, waar de brand niet kan zijn (mits de uitgangspunten van het bouwbesluit worden gevolgd).

In geval van brand is de eerste zorg dat men ontkomt aan de rook. Daarom is het van belang dat men zo snel mogelijk is afgeschermd van rook. Subbrandcompartimenten zijn noodzakelijk, omdat er verondersteld wordt dat er een half uur rook tegen gehouden kan worden. De realiteit is uiteraard vaak anders. Het is dan ook belangrijk dat de subbrandcompartimenten zo zijn uitgevoerd dat men het bedreigde subbrandcompartiment snel kan verlaten.

 

Extra beschermde vluchtroute

Een extra beschermde vluchtroute is het gedeelte van de beschermde vluchtroute dat buiten het brandcompartiment ligt en daardoor extra beschermd is. Het Bouwbesluit stelt dit alleen wanneer de uitgang niet direct grenst aan het aansluitende terrein.

 

Voor meer informatie verwijzen wij u naar de informatiefolder “vluchten bij brand”, uitgegeven door de rijksoverheid. Klik hier om de informatiefolder te openen. 

 

Overgangen tussen verschillende ruimten (gebruikersfuncties, compartimenten en vluchtroutes)

Het kan uiteraard voorkomen dat u in een gebouw van een “overige ruimte” overgaat naar een “beschermde vluchtroute” etc. In dat geval zult u er zorg voor moeten dragen dat alle bekabeling in elke ruimte voldoet aan de juiste klasse. Kortom, u zult bijvoorbeeld met een B2ca kabel een “extra beschermde vluchtroute moeten binnenkomen. Wij adviseren u dan ook om overgangen van typen kabel  bij eerdere componenten van de brandmeldinstallatie plaats te laten vinden. Óf de gehele installatie te voorzien van de hoogst noodzakelijke klasse bekabeling.