Inloggen
 



Welke bekabeling (CPR) toe te passen

Vroeger was het leven als installateur een stuk makkelijker! Bij aanvang van een project behoefde men niet verder te kijken dan het aantal benodigde aders in een kabel. Tegenwoordig zijn vrijwel alle nieuwe systemen geadresseerde installaties en komt er veel meer bij kijken om het juiste type bekabeling te kiezen.

Voorbeelden:

  • De dikte van de aders;
  • Wel of niet afgeschermde bekabeling;
  • Hoeveel slagen per meter is de kabel getwist;
  • CPR regelgeving.

In dit artikel gaan we wat dieper in de CPR regelgeving. Wat houd deze regelgeving in én welke CPR kabel dient u als installateur toe te passen. Om het makkelijk te maken, zijn er 2 regelgevingen;

  • De regelgeving van vóór 1 juli 2020;
  • De regel van ná 1 juli 2020.


Is de omgevingsvergunning aangevraagd vóór 1 juli 2020 dan is de  “oude” regeling van toepassing. Is de omgevingsvergunning aangevraagd ná 1 juli 2020 dan gebruikt u de “nieuwe” regeling. Kortom, de “oude” regeling is een tijdelijke overgangsregeling.

Voor de nieuwe regelgeving is een nieuwe NEN 8012:2020 in het leven geroepen én is het BouwBesluit 2012 aangepast.

 
*Bovenstaand tabel is sterk vereenvoudigd.

Wanneer gebruikt u welke kabel?

De keuze van bekabeling is afhankelijk van de gebruiksfunctie van het object. Deze functie staat beschreven in het PvE (programma van eisen) en komt voort uit de omgevingsvergunning van het object. Eenvoudig gezegd, hoe kwetsbaarder de aanwezige personen zijn óf hoe hoger het brandrisico is, des te meer eisen er gesteld worden aan de bekabeling. Er zijn in principe 4 verschillende soorten brandkabel (excl. functiebehoud-bekabeling).

Om het voor u makkelijker te maken hebben wij dit samengevat in een vereenvoudigd tabel. In deze tabel, welke voortkomt uit het BouwBesluit, hebben we er voor gekozen slechts 2 typen bekabeling in het assortiment op te nemen; Dca en B2ca. Met deze twee soorten bekabeling kunt u te allen tijde uit de voeten. Overigens komt Eca alleen bij uitzondering voor en is het prijsverschil tussen Cca en B2ca slechts marginaal.

Dit houdt in dat het zou kunnen voorkomen dat in de onderstaande tabel een hogere klasse kabel wordt aangegeven dan noodzakelijk is. Echter, er wordt nooit een lagere klasse type kabel aangegeven. Op de website https://rijksoverheid.bouwbesluit.com kunt u de volledige tabel vinden onder aansturingstabel 2.66.

 

Een nieuwe Dca kabel

Met de nieuwe regelgeving veranderen de specificaties van de Dca kabel. Namelijk:

  • In de oude situatie was dit: Dca-S3-D2-A3;
  • In de nieuwe situatie is dit: Dca-S2-D2-A3.

 

De “S”-categorie staat voor rookontwikkeling. In de nieuwe regelgeving moet een brandende/smeulende Dca kabel minder rook genereren. 
Let er op dat u niet het “oude type” Dca kabel gebruikt!

 


Functiebehoudkabel

Functiebehoudbekabeling heeft geen klasse. Hierdoor valt deze niet onder de CPR regelgeving. Functiebehoud is overigens halogeenvrij en zou een hoge klasse kunnen bezitten. Maar functiebehoudbekabeling is (nog) niet gekeurd volgens de CPR.

Er zijn inmiddels al wel voorbereidende werkzaamheden gestart t.b.v. een normering voor functiebehoudbekabeling, deze is nog in het ontwerpstadium, maar er zal zeker geen normering functiebehoudbekabeling (we spreken hier niet over de aanleg) beschikbaar zijn vóór 2023.

 

Verandering van gebruiksfunctie?

Wat als een gebruiker het object een andere (gebruiks-)functie geeft? Bijvoorbeeld van een kantoor naar logiesfunctie? Dan kan het zo zijn dat de aanwezige bekabeling niet meer voldoet én de bekabeling dient te worden vervangen.

 

Wat als de aanwezige klasse bekabeling in een gebouw niet voldoet, zijn er consequenties?

Om een lang verhaal kort te maken; dit is niet bekend. Voor zover bij ons bekend zijn er tot op heden geen controles uitgevoerd op het type bekabeling door de overheid (de regel komt voort uit het BouwBesluit, derhalve dient de overheid controles uit te voeren). Wees er echter op beducht dat de overheid altijd achteraf controles kan én zal uitvoeren.

Een goed voorbeeld van achteraf controleren betreft OAI (ontruimingsalarminstallatie). Jarenlang zijn er door allerlei redenen niet de NEN2575 projecteringseisen gevolgd. Simpelweg omdat er uiteindelijk geen controle of certificering op OAI bestond. Nadat er op een later moment het BouwBesluit ook een inspectie op de OAI vereiste, bleek dat er een groot aantal installaties niet voldeden én niet in aanmerking kwamen voor een inspectiecertificaat.

Het kan ook zo zijn dat een controle op type kabel op een later moment in een NEN normering (bijv. de NEN3140) of certificatieschema wordt opgenomen. Wij adviseren u dan ook te allen tijde de regelgeving van het BouwBesluit te volgen!

 

Wat als de eigenaar/gebruiker niet aan het BouwBesluit wenst te voldoen?

Het is aan de eigenaar/gebruiker om aan het BouwBesluit te voldoen. Dit staat beschreven in de omgevingsvergunning van het object. Als de gebruiker niet wenst te voldoen, dan is dit op verantwoording van de eigenaar/gebruiker. Wel heeft u als installateur een zorgplicht. Leg de afwijking zéér goed vast, zodat de eigenaar/gebruiker weet dat hij of zij verantwoordelijk is en zich later niet bij u kan beroepen op de befaamde “dat heb ik niet geweten én het is mij niet verteld”.

 

Moet mijn pand ook voldoen aan de NEN8012:2020 als er een sprinklerinstallatie aanwezig is?

Een sprinklerinstallatie heeft geen invloed op de brandklasse van een kabel. Volg de NEN8012:2020 en BouwBesluit.

 

Vluchtroutes

Het doel van een vluchtroute is dat in geval van calamiteiten iedereen kan vluchten.

De overheid (BouwBesluit) stelt dat er voldoende veilige vluchtroutes moeten zijn. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een vluchtroute,  beschermde vluchtroute en een extra beschermde vluchtroute. Helaas zijn deze begrippen niet altijd voor iedereen even duidelijk.

 

Beschermde vluchtroute

Een beschermde vluchtroute ligt tussen de uitgang van een subbrandcompartiment en de uitgang van een brandcompartiment. Het Bouwbesluit stelt dat er in één brandcompartiment op één plek brand kan ontstaan. Het is mogelijk om aan een brand te ontkomen, als men vanuit het bedreigde gebied een compartimentscheiding passeert. Vervolgens komt men dan in een ander compartiment uit, waar de brand niet kan zijn (mits de uitgangspunten van het bouwbesluit worden gevolgd).

In geval van brand is de eerste zorg dat men ontkomt aan de rook. Daarom is het van belang dat men zo snel mogelijk is afgeschermd van rook. Subbrandcompartimenten zijn noodzakelijk, omdat er verondersteld wordt dat er een half uur rook tegengehouden kan worden. De realiteit is uiteraard vaak anders. Het is dan ook belangrijk dat de subbrandcompartimenten zo zijn uitgevoerd dat men het bedreigde subbrandcompartiment snel kan verlaten.

 

Extra beschermde vluchtroute

Een extra beschermde vluchtroute is het gedeelte van de beschermde vluchtroute dat buiten het brandcompartiment ligt en daardoor extra beschermd is. Het Bouwbesluit stelt dit alleen wanneer de uitgang niet direct grenst aan het aansluitende terrein.

Voorbeeld:
Een trappenhuis>8 meter is per definitie een extra beschermde vluchtroute.

 

Voorbeelden vluchtrouten

Om het soort vluchtroute te verduidelijken hebben wij voor u hieronder enkele voorbeelden geplaatst.  Voor meer informatie verwijzen wij u naar de informatiefolder “vluchten bij brand”, uitgegeven door de rijksoverheid. Klik hier om de informatiefolder te openen. 
 

Overgangen tussen verschillende ruimten (gebruikersfuncties, compartimenten en vluchtroutes)

Het kan uiteraard voorkomen dat u in een gebouw van een “overige ruimte” overgaat naar een “beschermde vluchtroute” etc. In dat geval zult u er zorg voor moeten dragen dat alle bekabeling in elke ruimte voldoet aan de juiste klasse. Kortom; u zult bijvoorbeeld met een B2ca kabel een “extra beschermde vluchtroute moeten binnenkomen. Wij adviseren u dan ook om overgangen van typen kabel, bij eerdere componenten van de brandmeldinstallatie plaats te laten vinden óf de gehele installatie te voorzien van de hoogst noodzakelijke klasse bekabeling.

Een voordeel van altijd B2ca toepassen is dat de installerende partij slechts één soort kabel hoeft te hebben én er geen fouten kunnen worden gemaakt bij het installeren (reduceren van faalkosten).


Voorbeelden van compartimentering