Inloggen
 


Wél of géén Onderhoudscertificaat


Met enige regelmaat krijgen wij de vraag of een onderhoudscertificaat nu wel óf geen verplichting is. De vraag is zoals zo vaak eenvoudiger dan het antwoord. Om een antwoord op deze vraagstelling te vinden begint de zoektocht (zoals meestal) in het BouwBesluit 2012.

 

Het BouwBesluit 2012 art. 6.20.7 stelt het navolgende:
“Het onderhoud van een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie waarvoor geen certificaat*  als bedoeld in het zesde lid is vereist, voldoet aan de NEN2654-1.”

*(met certificaat wordt in het BouwBesluit altijd een “inspectiecertificaat” bedoeld, dit is géén onderhoudscertificaat. Zie een uitleg van certificaten een ander – toekomstig- artikel).

 

Bovenstaand is letterlijk alles wat het BouwBesluit (lees wetgeving) heeft bepaald. Er wordt met geen woord gerept over een certificaat. Het lijkt duidelijk, er is geen certificaat noodzakelijk. Nou nee, niet helemaal…..

 

De wetgeving stelt dat het onderhoud dient te worden verricht conform de NEN2654-1. Dat is nu exact waar de kruks in zit. Er wordt niets gezegd over het feit dat de persoon die de werkzaamheden uitvoert gekwalificeerd dient te zijn, kennis van de apparatuur dient te hebben én dat er op de werkzaamheden (externe)controles worden uitgevoerd.*

*Deze wetgeving komt voort uit Europese regelgeving waarin wordt gesteld dat er grensoverschrijdende werkzaamheden mogelijk moeten zijn.

 

Samengevat; onder de huidige wetgeving mag de slager op de hoek onderhoud uitvoeren aan een brand- en/of ontruimingsalarminstallatie. De vraag of dit verstandig is, komen we later op terug.

 

Branddetectiebedrijf

Een branddetectiebedrijf met als kwalificatie ‘Onderhoudsbedrijf’ voert het onderhoud uit onder het keurmerk van de ‘Certificatie Instelling’.

 

In Nederland zijn de navolgende certificatie instellingen (vanaf heden afgekort tot “CI”)  geaccrediteerd door ‘het CCV’:

  • CIBV
  • DEKRA
  • KIWA

 

Als een (brand)onderhoudsbedrijf onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan een brandmeldinstallatie dan is de eigenaar/gebruiker verzekerd van het feit dat het ook daadwerkelijk goed is uitgevoerd!

Dit komt doordat:

  • De onderhoudende persoon een diploma “onderhoudsdeskundige brandmeldinstallatie” bezit.
  • De onderhoudende persoon aantoonbare trainingen van de apparatuur heeft gevolgd bij de fabrikant/leverancier zodat hij/zij alle specifieke zaken weet van het merk en/of systeem.
  • Het onderhoudsbedrijf wordt regelmatig geauditeerd door een “CI”. Dit zijn interne audits op kantoor van het onderhoudsbedrijf én externe audits op locatie tijdens de onderhoudswerkzaamheden zelf.

 

Als een erkend onderhoudsbedrijf het onderhoud volgens de normering (NEN2654-1) heeft uitgevoerd én het systeem is in orde, d.w.z. Nominale Staat ontvangt het Rapport van Onderhoud een “JA”-conclusie én mag er een Onderhoudscertificaat worden verstrekt. Het certificaat is 1 jaar geldig.

 

Kortom: de “slager op de hoek” mag uitsluitend een Rapport van Onderhoud afgeven en nóóit een Onderhoudscertificaat (conform CVV regelingen).

 

Hoe vaak dient er onderhoud te worden uitgevoerd?

De NEN2654-1 artikel 6.1 stelt dat elke brandmeldinstallatie minimaal 1x per jaar dient te worden onderhouden. Dit houd in dat het mogelijk kan zijn dat er vaker onderhoud dient te worden uitgevoerd (door bijv. vervuiling). Overleg met uw onderhouder of 1x per jaar voldoende is.

 

Waarde van het Onderhoudscertificaat

Het certificaat toont aan dat het systeem is onderhouden conform de NEN2654-1 én dat het in Nominale Staat is (het systeem zal naar alle waarschijnlijkheid presteren naar verwachting).


Heeft u het certificaat nodig?

Deze keuze ligt geheel bij de eigenaar/gebruiker. Eén ding is zeker, aan een certificaat zijn kosten verbonden. De prijs van een certificaat worden bepaald door de kosten van de gehele certificatieketen. Dit zijn de kosten voor registratie bij een CI, alle audits (intern en extern) én natuurlijk de tijd die met het hele proces gemoeid is.

 

Wat kunt u met een certificaat?

Nu komen we bij de kern van de zaak. Zoals eerder gesteld eist het BouwBesluit dat er onderhoud wordt verricht conform de NEN2654. U of uw klant dient dit te kunnen aantonen. Toont een Rapport van Onderhoud dit aan? Misschien wel, misschien niet, immers iedereen kan een rapport afgeven. Of er nu op de juiste wijze wordt onderhouden, of niet… Of de conclusie gerechtvaardigd was, of niet….

Een Onderhoudscertificaat toont dit wel aan. Immers, een externe partij (de “CI”) controleert én garandeert dit.

 

Is er een controle op het onderhoud / een certificaat?

Over het algemeen niet. Het is namelijk de verantwoording van de eigenaar/gebruiker om het onderhoud te laten uitvoeren. Dat wil uiteraard niet zeggen dat de overheid geen steekproeven kan of mag uitvoeren.

 

Als er geen controle is, waarom zou ik dan het onderhoud laten uitvoeren (met certificaat)?

De wetgever controleert zoals gezegd over het algemeen niet… Tot het moment dat er iets voorvalt. Dat kan een materialistische schade door brand zijn, letsel aan personen of dieren. Én in het ergste geval zelfs bij overlijden.

Op dát moment gaat de overheid controleren. Om precies te zijn, alles wordt onder het vergrootglas gehouden. Dit houd in de praktijk in dat de dader zal “boeten”. En simpel gezegd, degene die zijn zaken niet op orde had is de klos. Deze mag (eventueel aan de rechter) gaan uitleggen waarom er geen Rapport van Onderhoud was met een “JA”-conclusie voor Nominale Staat én waarom er geen Onderhoudscertificaat (de borging) was.

 

Verantwoordelijkheid

De wet stelt dat de eigenaar/gebruiker altijd zelf verantwoordelijk is. Maar voor de installateur is ook een zeer belangrijke taak weggelegd. De installateur dient de gebruiker op de hoogte te stellen van zijn verantwoording, we noemen dit “de zorgplicht”.

Hoe deze zorgplicht wordt uitgevoerd is niet vastgesteld. De overheid kan en zal op een eventueel later moment (na schade) toetsen of er aan de zorgplicht is voldaan.

Wil de klant geen onderhoud conform NEN2654? Óf wil de klant geen onderhoudscertificaat? Leg dit dan schriftelijk vast. Op deze wijze heeft u in elk geval aan uw zorgplicht voldaan, waardoor u niet ter verantwoording kunt worden geroepen.

 

Wel of geen onderhoudscertificaat?

De cirkel is rond, we zijn weer aan het begin. Of er wel of geen onderhoudscertificaat benodigd is, is vaak de keuze van de klant. Dit wordt vaak aan het begin van het proces vastgelegd in het Programma van Eisen. Met een certificaat “koopt” de eigenaar/gebruiker een risico af. Immers, met het certificaat wordt aangegeven dat deze alles in het werk heeft gesteld om schade aan mens en natuur te voorkomen. Aan het certificaat hangt een prijskaartje. Het is aan de eigenaar/gebruiker te bepalen of hij dit de moeite waard vind.

 

De overweging: Het certificeren kost geld. Hoeveel kost het uiteindelijk als er schade is, er een verantwoordelijkheidsvraag bestaat, er op enige wijze getwijfeld kan worden aan het onderhoud én een certificaat ontbreekt?