
Volgens EN 1838 (ontwerp en contrastvoorwaarden) en ISO 3864 (kleuren) moet dit type aanduiding boven alle vluchtdeuren en op elke splitsing in een vluchtweg gemonteerd worden. De aanduidingen binnen één gebouw moeten allemaal van hetzelfde type zijn en de afmetingen en de herkenningsafstand moeten voldoen aan de volgende formules: Inwendig verlicht pictogram: 200 x hoogte van pictogram (h) Aangelicht pictogram: 100 x hoogte van pictogram (h).
VLUCHTWEGEN
De noodverlichting van vluchtwegen moet op de middellijn van de vluchtweg een sterkte van minimaal 1 lux hebben en een contrast van minstens 40:1. De middellijn is de as van de helft van de totale breedte van de vluchtweg. Op schouderhoogte moet de vluchtweg met minimaal 0,5 lux verlicht zijn.
ANTI-PANIEK EN OPEN RUIMTES
Grote ruimtes in een gebouw, waar zich mogelijk meerdere mensen verzamelen tijdens een noodsituatie, of ruimtes waar meerdere vluchtwegen naartoe leiden moeten verlicht worden met minimaal 0,5 lux op vloerniveau. Dit gebied begint op 0,5 m afstand van de wand. Het contrast moet minimaal 40:1 zijn.
RUIMTES MET VERHOOGD RISICO
Ruimtes waar bijzondere verlichting tijdens noodsituaties vereist is, moeten verlicht worden met minimaal 10% van de normale verlichtingssterkte en minimaal 15 lux. Het contrast moet minimaal 10:1 zijn.